Makkelijk
8+ jaar

De vinger die opzij springt

Wat heb je nodig?

1 potlood

1 vel papier

1 rol plakband van 5 m

1 meetlint van 2 m

1 deurpost

Een volwassene kijkt toe; houd een potlood niet tegen je oog en wandel niet rond terwijl één oog gesloten is. Gebruik een stomp potlood.
1
Plak een grote stip op papier aan de overkant van de kamer, op ongeveer 2 meter afstand.
2
Houd het potlood rechtop op armlengte voor je gezicht, zodat het voor de stip staat.
3
Sluit je linkeroog en kijk met rechts waar het potlood ten opzichte van de stip staat.
4
Open links en sluit rechts zonder hoofd of potlood te bewegen; wijs de nieuwe plek aan.
5
Herhaal met het stompe potlood op 30 cm van je gezicht, nooit dichterbij. Vergelijk hoeveel het lijkt te verschuiven.
6
Laat de verre stip op dezelfde plaats en bespreek waarom die veel minder beweegt dan het nabije potlood.
Je ogen staan enkele centimeters uit elkaar en zien een dichtbij voorwerp uit verschillende richtingen. Verre voorwerpen verschuiven veel minder ten opzichte van de achtergrond. Sterrenkundigen gebruiken een vergelijkbaar meetidee met waarnemingen vanaf verschillende plaatsen.

Wat heb je nodig?

1 potlood

1 vel papier

1 rol plakband van 5 m

1 meetlint van 2 m

1 deurpost

Een volwassene kijkt toe; houd een potlood niet tegen je oog en wandel niet rond terwijl één oog gesloten is. Gebruik een stomp potlood.