Makkelijk
9+ jaar

Een nat jasje voor een flesje

Wat heb je nodig?

2 identieke afsluitbare plastic flesjes van 250 ml

400 ml kraanwater op kamertemperatuur

2 velletjes keukenpapier

20 ml extra kraanwater

2 digitale waterthermometers met onbreekbare meetsonde

1 maatbeker van 500 ml

1 klok

1 potlood

Gebruik uitsluitend koud of lauw water en onbreekbare plastic flesjes. Een volwassene helpt met thermometers; gebruik geen glazen kwikthermometers en maak gemorst water meteen droog.
1
Doe in beide flesjes 200 ml water van dezelfde temperatuur en steek in elk een thermometer; laat de doppen losjes op hun plaats.
2
Wikkel rond beide flesjes een velletje keukenpapier van dezelfde grootte.
3
Maak alleen het papier van fles A nat met 20 ml water; houd B droog als controle.
4
Zet beide flesjes naast elkaar op een tochtige maar schaduwrijke plek, uit direct zonlicht.
5
Noteer de temperatuur van beide flesjes meteen en daarna om de 5 minuten gedurende 25 minuten.
6
Vergelijk de veranderingen. Een verschil kan klein zijn; voel of het natte papier intussen droger wordt en herhaal eventueel op een dag met meer luchtstroming.
Water dat van het papier verdampt, neemt energie uit de omgeving van het flesje op. Daardoor kan fles A langzamer opwarmen of iets afkoelen ten opzichte van de droge controle. Hoe sterk dit gebeurt hangt af van luchtstroming en luchtvochtigheid.

Wat heb je nodig?

2 identieke afsluitbare plastic flesjes van 250 ml

400 ml kraanwater op kamertemperatuur

2 velletjes keukenpapier

20 ml extra kraanwater

2 digitale waterthermometers met onbreekbare meetsonde

1 maatbeker van 500 ml

1 klok

1 potlood

Gebruik uitsluitend koud of lauw water en onbreekbare plastic flesjes. Een volwassene helpt met thermometers; gebruik geen glazen kwikthermometers en maak gemorst water meteen droog.