Moeilijk
11+ jaar

Wie neemt de zwaai over?

Wat heb je nodig?

2 identieke zachte stuiterballen van circa 3 cm doorsnee

1 derde zachte stuiterbal van circa 5 cm doorsnee

3 stukken katoendraad van elk 30 cm

1 rol sterke schilderstape van 5 m

1 houten liniaal van 30 cm

1 tafel

1 potlood

2 vellen A4-papier voor notities

Een volwassene controleert bevestigingen en houdt omstanders uit de zwaaibaan. Gebruik zachte ballen, geen knikkers of metalen gewichten; laat de ballen slechts een kleine afstand zwaaien.
1
Laat een volwassene elke bal stevig in een apart lusje draad vastmaken; controleer of de knopen houden.
2
Bevestig de twee kleine ballen met sterke tape elk in een draadlus en controleer boven tafel of ze vastzitten. Tape de draden aan de liniaal zodat de ballen op gelijke hoogte net tegen elkaar hangen. Laat een volwassene de liniaal horizontaal vasthouden boven een lege lage tafel; leg hem niet los op een tafelrand.
3
Trek één bal 10 cm opzij en laat zonder duw los. Bekijk hoeveel de stilstaande bal beweegt na de botsing.
4
Herhaal vanaf dezelfde plaats drie keer en noteer of de eerste bal na de botsing veel of weinig verder zwaait.
5
Vervang één kleine bal door de grotere en stel de draden opnieuw zo af dat de ballen elkaar in rust net raken.
6
Laat eerst de kleine en daarna de grote bal telkens 10 cm opzij los. Vergelijk de beweging na de botsing; was die in beide richtingen gelijk?
Een bewegende bal geeft bij een botsing een deel van zijn beweging en energie door aan de andere. Bij gelijke ballen kan de stilstaande bal een groot deel van de zwaai overnemen. Bij verschillende massa’s en zachte ballen gaat dat anders en gaat ook energie verloren als geluid en warmte.

Wat heb je nodig?

2 identieke zachte stuiterballen van circa 3 cm doorsnee

1 derde zachte stuiterbal van circa 5 cm doorsnee

3 stukken katoendraad van elk 30 cm

1 rol sterke schilderstape van 5 m

1 houten liniaal van 30 cm

1 tafel

1 potlood

2 vellen A4-papier voor notities

Een volwassene controleert bevestigingen en houdt omstanders uit de zwaaibaan. Gebruik zachte ballen, geen knikkers of metalen gewichten; laat de ballen slechts een kleine afstand zwaaien.