Wat heb je nodig?
1 plastic pipet
30 ml water met 2 druppels voedingskleurstof
1 groot vel dik wit papier
1 liniaal van 30 cm
1 potlood
1 dienblad
1 vel keukenpapier
- Veiligheid
Een volwassene helpt bij het afmeten en houdt de pipet laag boven het dienblad. Kleurstof kan vlekken maken; drink het proefwater niet en mors niet op een gladde vloer.
- Stappenplan
1
Leg het witte papier op het dienblad en teken twee groepen van elk vijf lege vakjes, A en B.
2
Laat met de pipet één gekleurde waterdruppel van 10 cm boven het midden van elk vakje A vallen. Knijp telkens zo gelijkmatig mogelijk.
3
Herhaal boven vakjes B vanaf 30 cm hoogte. Houd pipet en papier verder hetzelfde.
4
Wacht tot de vlekken droog zijn; raak natte vlekken niet aan.
5
Meet de breedte van elke vlek op het breedste punt en schrijf de vijf maten per groep op.
6
Vergelijk de groepen. Zijn de vlekken uit de hogere groep gemiddeld breder, of zit er veel verschil tussen losse druppels? Probeer desgewenst opnieuw met dezelfde pipet.
- Waarom werkt dit?
Een druppel die langer valt, krijgt meer snelheid voordat hij het papier raakt. Daardoor kan hij verder uitspreiden of uiteenspatten. Papier neemt ook water op, zodat druppelgrootte en papierstructuur het resultaat beïnvloeden.
Wat heb je nodig?
1 plastic pipet
30 ml water met 2 druppels voedingskleurstof
1 groot vel dik wit papier
1 liniaal van 30 cm
1 potlood
1 dienblad
1 vel keukenpapier
- Veiligheid
Een volwassene helpt bij het afmeten en houdt de pipet laag boven het dienblad. Kleurstof kan vlekken maken; drink het proefwater niet en mors niet op een gladde vloer.