Wat heb je nodig?
3 afzonderlijke zakjes van dezelfde soort gekleurde suikerbolletjes van circa 50 g per zakje
3 borden
1 vel papier
1 potlood
- Veiligheid
Kleine snoepjes kunnen verstikkingsgevaar geven: alleen voor oudere kinderen en onder toezicht. Niet eten tijdens het tellen; controleer voedselallergieën.
- Stappenplan
1
Maak een tabel met de kleuren in de rijen en de drie zakjes in de kolommen.
2
Leeg elk zakje op een eigen bord zonder de inhoud te mengen.
3
Sorteer de bolletjes per kleur en tel per bord hoeveel er van elke kleur zijn.
4
Tel ook het totale aantal per bord en controleer of de kleuraantallen samen dat totaal geven.
5
Deel voor elke kleur het aantal door het totaal van dat bord en vermenigvuldig met 100; laat een volwassene helpen bij het rekenen.
6
Vergelijk de percentages tussen de drie borden: zijn ze precies gelijk, of lijken ze alleen globaal op elkaar?
- Waarom werkt dit?
Een percentage houdt rekening met zakjes met verschillende aantallen. Bij een willekeurige verdeling zijn kleine zakjes meestal niet exact hetzelfde; meer waarnemingen geven vaak een stabieler beeld van de gemiddelde verhouding.
Wat heb je nodig?
3 afzonderlijke zakjes van dezelfde soort gekleurde suikerbolletjes van circa 50 g per zakje
3 borden
1 vel papier
1 potlood
- Veiligheid
Kleine snoepjes kunnen verstikkingsgevaar geven: alleen voor oudere kinderen en onder toezicht. Niet eten tijdens het tellen; controleer voedselallergieën.