Middel
9+ jaar

Heeft elke zak dezelfde kleuren?

Wat heb je nodig?

3 afzonderlijke zakjes van dezelfde soort gekleurde suikerbolletjes van circa 50 g per zakje

3 borden

1 vel papier

1 potlood

Kleine snoepjes kunnen verstikkingsgevaar geven: alleen voor oudere kinderen en onder toezicht. Niet eten tijdens het tellen; controleer voedselallergieën.
1
Maak een tabel met de kleuren in de rijen en de drie zakjes in de kolommen.
2
Leeg elk zakje op een eigen bord zonder de inhoud te mengen.
3
Sorteer de bolletjes per kleur en tel per bord hoeveel er van elke kleur zijn.
4
Tel ook het totale aantal per bord en controleer of de kleuraantallen samen dat totaal geven.
5
Deel voor elke kleur het aantal door het totaal van dat bord en vermenigvuldig met 100; laat een volwassene helpen bij het rekenen.
6
Vergelijk de percentages tussen de drie borden: zijn ze precies gelijk, of lijken ze alleen globaal op elkaar?
Een percentage houdt rekening met zakjes met verschillende aantallen. Bij een willekeurige verdeling zijn kleine zakjes meestal niet exact hetzelfde; meer waarnemingen geven vaak een stabieler beeld van de gemiddelde verhouding.

Wat heb je nodig?

3 afzonderlijke zakjes van dezelfde soort gekleurde suikerbolletjes van circa 50 g per zakje

3 borden

1 vel papier

1 potlood

Kleine snoepjes kunnen verstikkingsgevaar geven: alleen voor oudere kinderen en onder toezicht. Niet eten tijdens het tellen; controleer voedselallergieën.