Wat heb je nodig?
2 identieke afsluitbare plastic flesjes van 250 ml
400 ml kraanwater op kamertemperatuur
2 velletjes keukenpapier
20 ml extra kraanwater
2 digitale waterthermometers met onbreekbare meetsonde
1 maatbeker van 500 ml
1 klok
1 potlood
- Veiligheid
Gebruik uitsluitend koud of lauw water en onbreekbare plastic flesjes. Een volwassene helpt met thermometers; gebruik geen glazen kwikthermometers en maak gemorst water meteen droog.
- Stappenplan
1
Doe in beide flesjes 200 ml water van dezelfde temperatuur en steek in elk een thermometer; laat de doppen losjes op hun plaats.
2
Wikkel rond beide flesjes een velletje keukenpapier van dezelfde grootte.
3
Maak alleen het papier van fles A nat met 20 ml water; houd B droog als controle.
4
Zet beide flesjes naast elkaar op een tochtige maar schaduwrijke plek, uit direct zonlicht.
5
Noteer de temperatuur van beide flesjes meteen en daarna om de 5 minuten gedurende 25 minuten.
6
Vergelijk de veranderingen. Een verschil kan klein zijn; voel of het natte papier intussen droger wordt en herhaal eventueel op een dag met meer luchtstroming.
- Waarom werkt dit?
Water dat van het papier verdampt, neemt energie uit de omgeving van het flesje op. Daardoor kan fles A langzamer opwarmen of iets afkoelen ten opzichte van de droge controle. Hoe sterk dit gebeurt hangt af van luchtstroming en luchtvochtigheid.
Wat heb je nodig?
2 identieke afsluitbare plastic flesjes van 250 ml
400 ml kraanwater op kamertemperatuur
2 velletjes keukenpapier
20 ml extra kraanwater
2 digitale waterthermometers met onbreekbare meetsonde
1 maatbeker van 500 ml
1 klok
1 potlood
- Veiligheid
Gebruik uitsluitend koud of lauw water en onbreekbare plastic flesjes. Een volwassene helpt met thermometers; gebruik geen glazen kwikthermometers en maak gemorst water meteen droog.