Makkelijk
9+ jaar

Waar blijven de kleuren in de schemer?

Wat heb je nodig?

4 grote kleurkaarten rood, blauw, groen en geel

1 wit vel papier

1 klein batterijzaklampje met brede lichtbundel

1 kamer met dimbaar licht of gordijnen

2 spelers

Een volwassene zorgt dat de kamer begaanbaar blijft. Schijn nooit met een lamp in iemands ogen en kijk niet in de lichtbron; gebruik geen laser of uv-lamp. Gebruik een batterijlamp met een stevig gesloten batterijvak; kinderen openen dat niet. Geen lasers of uv-lampen.
1
Leg de vier kleurkaarten op het witte vel en noem bij goed kamerlicht alle kleuren.
2
Laat een volwassene het licht dimmen totdat je de kaarten nog ziet maar kleuren lastig worden.
3
Wacht drie minuten rustig zittend met je ogen open. Laat een helper de kaarten in een onbekende volgorde leggen en noem de kleuren opnieuw.
4
Doe het zaklampje aan en schijn alleen op het papier, niet op ogen; kijk welke kleuren nu weer makkelijker zijn.
5
Laat je helper dezelfde proef doen zonder te vertellen wat jij geraden hebt.
6
Vergelijk de antwoorden bij fel en zwak licht; niet iedereen ervaart schemer op precies dezelfde manier.
Je netvlies heeft lichtgevoelige cellen voor kleur en cellen die bij weinig licht gevoeliger zijn maar nauwelijks kleur onderscheiden. Daarom kan een vorm nog herkenbaar zijn terwijl de kleur moeilijker te zien is.

Wat heb je nodig?

4 grote kleurkaarten rood, blauw, groen en geel

1 wit vel papier

1 klein batterijzaklampje met brede lichtbundel

1 kamer met dimbaar licht of gordijnen

2 spelers

Een volwassene zorgt dat de kamer begaanbaar blijft. Schijn nooit met een lamp in iemands ogen en kijk niet in de lichtbron; gebruik geen laser of uv-lamp. Gebruik een batterijlamp met een stevig gesloten batterijvak; kinderen openen dat niet. Geen lasers of uv-lampen.