Wat heb je nodig?
1 witte papieren kaart van 10 bij 10 cm
1 donkere papieren kaart van 10 bij 10 cm
1 veiligheidsreflector van ongeveer 5 cm
1 zaklamp
1 rol tape
1 liniaal
- Veiligheid
Een volwassene begeleidt het proefje. Doe dit binnen, niet langs een weg; loop niet in volledige duisternis en schijn nooit met de zaklamp in iemands ogen. Gebruik een batterijlamp met een stevig gesloten batterijvak; kinderen openen dat niet. Geen lasers of uv-lampen.
- Stappenplan
1
Plak de witte kaart, de donkere kaart en de reflector naast elkaar op een muur op ooghoogte.
2
Maak de kamer schemerig, maar houd genoeg licht aan om veilig te kunnen lopen.
3
Ga met een volwassene op 2 meter afstand staan en houd de zaklamp vlak naast je ogen gericht op de drie vlakken.
4
Vergelijk welke vlakken vanaf jouw plaats het duidelijkst zichtbaar zijn.
5
Laat de volwassene de zaklamp vanaf 1 meter opzij op dezelfde vlakken richten, terwijl jij blijft staan.
6
Vergelijk opnieuw de reflector met de papieren kaarten: ziet hij er vanuit jouw plaats even opvallend uit?
7
Doe het normale kamerlicht aan en vergelijk nog eens als controle.
- Waarom werkt dit?
Een reflector stuurt veel invallend licht terug naar ongeveer de richting waar het vandaan kwam. Daarom valt hij vooral op als je vlak bij de lichtbron staat. Wit papier verspreidt licht in veel richtingen en donker papier kaatst minder licht terug.
Wat heb je nodig?
1 witte papieren kaart van 10 bij 10 cm
1 donkere papieren kaart van 10 bij 10 cm
1 veiligheidsreflector van ongeveer 5 cm
1 zaklamp
1 rol tape
1 liniaal
- Veiligheid
Een volwassene begeleidt het proefje. Doe dit binnen, niet langs een weg; loop niet in volledige duisternis en schijn nooit met de zaklamp in iemands ogen. Gebruik een batterijlamp met een stevig gesloten batterijvak; kinderen openen dat niet. Geen lasers of uv-lampen.