Middel
8+ jaar

De lange slinger doet rustig aan

Wat heb je nodig?

1 stevig potlood

2 stukken touw van 30 en 60 cm

2 identieke grote propjes boetseerklei van elk ongeveer 20 g

1 rol tape

1 tafel

1 timer

1 meetlint

Laat een volwassene controleren dat het potlood en de knopen stevig vastzitten. Houd gezichten en breekbare spullen uit de zwaaibaan; slinger niet hard.
1
Plak het potlood stevig dwars aan de rand van de tafel en bind de twee touwen ongeveer 10 cm uit elkaar vast.
2
Maak aan elk uiteinde evenveel klei vast en meet de afstand van het potlood tot het midden van elke kleiprop.
3
Trek de korte slinger ongeveer 5 cm opzij, laat los zonder te duwen en tel tien volledige heen-en-weerbewegingen.
4
Meet hoeveel seconden die tien bewegingen duren en herhaal de meting twee keer.
5
Doe hetzelfde met de lange slinger, vanuit ongeveer dezelfde kleine hoek.
6
Vergelijk de tijden van tien bewegingen; wissel desgewenst de kleiproppen om en controleer of het verschil blijft.
Een lange slinger heeft meer tijd nodig om heen en weer te zwaaien dan een korte. Bij kleine uitslagen bepaalt vooral de lengte de slingertijd; de massa van gelijke kleiproppen is hiervoor niet belangrijk.

Wat heb je nodig?

1 stevig potlood

2 stukken touw van 30 en 60 cm

2 identieke grote propjes boetseerklei van elk ongeveer 20 g

1 rol tape

1 tafel

1 timer

1 meetlint

Laat een volwassene controleren dat het potlood en de knopen stevig vastzitten. Houd gezichten en breekbare spullen uit de zwaaibaan; slinger niet hard.