Wat heb je nodig?
3 gelijke suikerklontjes
1 vel donker papier
2 doorzichtige plastic bekers
50 ml koud water
1 theelepel
- Veiligheid
Een volwassene houdt toezicht; eet de gebruikte suiker niet op en houd korrels weg uit ogen en van een gladde vloer. Veeg plakkerig water na afloop weg.
- Stappenplan
1
Leg één suikerklontje droog apart als vergelijking en bekijk zijn hoeken.
2
Wrijf een tweede klontje tien keer zacht over het donkere papier; kijk of er korreltjes achterblijven en of de hoeken veranderen.
3
Leg het derde klontje in een lege doorzichtige beker en giet er langzaam één theelepel koud water op.
4
Wacht één minuut en vergelijk zijn oppervlak met het droge klontje en het gewreven klontje.
5
Giet daarna de rest van de 50 ml koud water in de beker en roer voorzichtig.
6
Vergelijk: in welke proef bleven korrels zichtbaar en in welke proef mengde suiker zich met water? Dit is een model, geen echt gesteente.
- Waarom werkt dit?
Wrijven breekt kleine suikerdeeltjes van het klontje af: dat lijkt op afslijten door zand of stenen. In water lossen suikermoleculen op en verspreiden ze zich; ze zijn niet vernietigd en dit is op zichzelf geen chemische reactie. Echte gesteenten reageren niet allemaal als suiker.
Wat heb je nodig?
3 gelijke suikerklontjes
1 vel donker papier
2 doorzichtige plastic bekers
50 ml koud water
1 theelepel
- Veiligheid
Een volwassene houdt toezicht; eet de gebruikte suiker niet op en houd korrels weg uit ogen en van een gladde vloer. Veeg plakkerig water na afloop weg.