Makkelijk
7+ jaar

Een suikersteen verliest zijn hoekjes

Wat heb je nodig?

3 gelijke suikerklontjes

1 vel donker papier

2 doorzichtige plastic bekers

50 ml koud water

1 theelepel

Een volwassene houdt toezicht; eet de gebruikte suiker niet op en houd korrels weg uit ogen en van een gladde vloer. Veeg plakkerig water na afloop weg.
1
Leg één suikerklontje droog apart als vergelijking en bekijk zijn hoeken.
2
Wrijf een tweede klontje tien keer zacht over het donkere papier; kijk of er korreltjes achterblijven en of de hoeken veranderen.
3
Leg het derde klontje in een lege doorzichtige beker en giet er langzaam één theelepel koud water op.
4
Wacht één minuut en vergelijk zijn oppervlak met het droge klontje en het gewreven klontje.
5
Giet daarna de rest van de 50 ml koud water in de beker en roer voorzichtig.
6
Vergelijk: in welke proef bleven korrels zichtbaar en in welke proef mengde suiker zich met water? Dit is een model, geen echt gesteente.
Wrijven breekt kleine suikerdeeltjes van het klontje af: dat lijkt op afslijten door zand of stenen. In water lossen suikermoleculen op en verspreiden ze zich; ze zijn niet vernietigd en dit is op zichzelf geen chemische reactie. Echte gesteenten reageren niet allemaal als suiker.

Wat heb je nodig?

3 gelijke suikerklontjes

1 vel donker papier

2 doorzichtige plastic bekers

50 ml koud water

1 theelepel

Een volwassene houdt toezicht; eet de gebruikte suiker niet op en houd korrels weg uit ogen en van een gladde vloer. Veeg plakkerig water na afloop weg.