Wat heb je nodig?
1 kleine zachte rubberbal van ongeveer 6 cm doorsnee
1 hard stuk vloer
1 kleed of dik tapijt
1 meetlint van 1 m
1 rol schilderstape van 5 m
2 vellen A4-papier en 1 potlood
- Veiligheid
Een volwassene kiest een vrije plek en helpt bij het aflezen. Gebruik een zachte bal, gooi niet tegen mensen of ramen en laat de bal niet naar trappen rollen.
- Stappenplan
1
Kies twee plekken naast dezelfde muur: een harde vloer en een dik kleed. Zorg dat er geen breekbare voorwerpen zijn.
2
Plak op de muur bij beide plekken een markering 80 cm boven de vloer en extra markeringen op 20, 40 en 60 cm.
3
Houd de onderkant van dezelfde bal bij 80 cm boven de harde vloer en laat hem zonder duw los.
4
Schat bij de eerste stuiter het hoogste punt aan de hand van de markeringen; schrijf het op.
5
Herhaal drie keer op de harde vloer en daarna drie keer op het kleed, telkens vanaf 80 cm.
6
Vergelijk de hoogtes. Kijk ook of de bal steeds op dezelfde plek terugkomt.
- Waarom werkt dit?
De bewegende bal en de ondergrond vervormen kort bij de botsing. Een deel van de energie komt terug als een nieuwe sprong; een ander deel wordt warmte, geluid of beweging van de vloer. Een zacht kleed slorpt doorgaans meer van de botsing op.
Wat heb je nodig?
1 kleine zachte rubberbal van ongeveer 6 cm doorsnee
1 hard stuk vloer
1 kleed of dik tapijt
1 meetlint van 1 m
1 rol schilderstape van 5 m
2 vellen A4-papier en 1 potlood
- Veiligheid
Een volwassene kiest een vrije plek en helpt bij het aflezen. Gebruik een zachte bal, gooi niet tegen mensen of ramen en laat de bal niet naar trappen rollen.