Wat heb je nodig?
24 gelijke kaartjes van 7 × 10 cm
1 zwarte viltstift
2 papierklemmen
1 liniaal
1 vrijwilliger
- Veiligheid
Een volwassene helpt zo nodig bij het op maat knippen van kaartjes; pas op voor scherpe papierranden en de klemmen. Kijk zonder flitsende lampen.
- Stappenplan
1
Verdeel de kaartjes in twee stapels van twaalf. Teken op elk kaartje precies één stip, steeds 1 cm van de rechterrand; bepaal de hoogte volgens de volgende twee stappen.
2
Teken in stapel A de stip achtereenvolgens op 2, 2,5, 3 centimeter enzovoort vanaf de onderrand; keer na zes kaartjes de richting om met stapjes van 0,5 centimeter.
3
Doe hetzelfde in stapel B, maar verplaats de stip telkens ongeveer 1,5 centimeter en keer om zodra je de boven- of onderrand nadert.
4
Leg elk stapeltje netjes in volgorde en klem de linkerrand vast; de stippen blijven rechts zichtbaar als je door de kaartjes bladert.
5
Blader beide stapels ongeveer even snel door voor de vrijwilliger. Vraag welke stip vloeiender lijkt te bewegen en welke eerder lijkt te verspringen.
6
Draai de volgorde van de twee stapels om en herhaal. Komt dezelfde indruk terug? Probeer ook eens langzamer te bladeren.
- Waarom werkt dit?
Je ogen zien afzonderlijke stilstaande tekeningen, maar je hersenen kunnen opeenvolgende posities samen als beweging ervaren. Grotere verschillen tussen de posities of traag bladeren maken de losse beelden vaak gemakkelijker herkenbaar.
Wat heb je nodig?
24 gelijke kaartjes van 7 × 10 cm
1 zwarte viltstift
2 papierklemmen
1 liniaal
1 vrijwilliger
- Veiligheid
Een volwassene helpt zo nodig bij het op maat knippen van kaartjes; pas op voor scherpe papierranden en de klemmen. Kijk zonder flitsende lampen.