Makkelijk
7+ jaar

Welke vloer geeft de bal een sprong terug?

Wat heb je nodig?

1 kleine zachte rubberbal van ongeveer 6 cm doorsnee

1 hard stuk vloer

1 kleed of dik tapijt

1 meetlint van 1 m

1 rol schilderstape van 5 m

2 vellen A4-papier en 1 potlood

Een volwassene kiest een vrije plek en helpt bij het aflezen. Gebruik een zachte bal, gooi niet tegen mensen of ramen en laat de bal niet naar trappen rollen.
1
Kies twee plekken naast dezelfde muur: een harde vloer en een dik kleed. Zorg dat er geen breekbare voorwerpen zijn.
2
Plak op de muur bij beide plekken een markering 80 cm boven de vloer en extra markeringen op 20, 40 en 60 cm.
3
Houd de onderkant van dezelfde bal bij 80 cm boven de harde vloer en laat hem zonder duw los.
4
Schat bij de eerste stuiter het hoogste punt aan de hand van de markeringen; schrijf het op.
5
Herhaal drie keer op de harde vloer en daarna drie keer op het kleed, telkens vanaf 80 cm.
6
Vergelijk de hoogtes. Kijk ook of de bal steeds op dezelfde plek terugkomt.
De bewegende bal en de ondergrond vervormen kort bij de botsing. Een deel van de energie komt terug als een nieuwe sprong; een ander deel wordt warmte, geluid of beweging van de vloer. Een zacht kleed slorpt doorgaans meer van de botsing op.

Wat heb je nodig?

1 kleine zachte rubberbal van ongeveer 6 cm doorsnee

1 hard stuk vloer

1 kleed of dik tapijt

1 meetlint van 1 m

1 rol schilderstape van 5 m

2 vellen A4-papier en 1 potlood

Een volwassene kiest een vrije plek en helpt bij het aflezen. Gebruik een zachte bal, gooi niet tegen mensen of ramen en laat de bal niet naar trappen rollen.